Herfst: De Waterspreeuw in de Amsterdamse waterleidingduinen.

De (gewone) waterspreeuw (Cinclus cinclus) is een zangvogel uit de familie van waterspreeuwen (Cinclidae).
Omdat snelstromende beekjes en riviertjes met stenige bedding het leefgebied van de waterspreeuw vormen, komt de waterspreeuw in ons land nauwelijks voor. Het is dan ook heel bijzonder wanneer de waterspreeuw, die de strenge winter van de Scandinavische landen is ontvlucht, in de herfst en winter bij ons in de Amsterdamse Waterleidingduinen te vinden is. Daar waar water de duinen wordt ingelaten stroomt het snel door steninge kanalen en vindt de waterspreeuw dus precies waar hij aan gewend is.

De waterspreeuw heeft korte vleugels en vliegt met snelle slagen, vaak laag over het water.
Hij zoekt zijn voedsel, allerlei kleine waterdieren zoals insekten, kreeftachtigen en slakjes, in ondiepe snelstromende gedeelten van beekjes, watervalletjes en stroomversnellinkjes. Geregeld duikt en zwemt hij als een mini-pinguïn.
Bij het zoeken naar voedsel duikt de waterspreeuw vaak helemaal onder water en loopt vervolgens over de bodem. Hij houdt dan zijn kop tegen de stroming in en dankzij zuignapjes onder zijn tenen wordt hij bij het foerageren niet meegesleurd door de stroom. Verder heeft hij een beweegbare klep boven de neusgaten. Een transparant vlies bij de ogen zorgt dat water niet in het oog komt en dient dus als een soort duikbril.

Rond de waterspreeuw (foto: J.Hoekzema)

Zelfs hartje winter (foto: J.Hoekzema)


De waterspreeuw heeft dan ook niet te klagen over belangstelling.

 

 

 

 


Winter: Ook in de winter is de eekhoorn een "bezige bij".

Hij is een alleseter en behoort tot de knaagdieren. Hij voedt zich vooral met plantaardig materiaal als noten en zaden. Soms eet hij dierlijk materiaal, als insekten, eieren en zelfs jonge vogels en soms aarde voor mineralen. Voor de winter legt de eekhoorn, net als veel andere knaagdieren, wintervoorraden aan. Met zijn lange, gekromde klauwen kan hij makkelijk in bomen klimmen. Bij een sprong van tak naar tak spreidt hij zijn ledematen, waarbij de losse huid op de flanken het dier helpt in de lucht te blijven. De pluimstaart dient als roer, waarmee hij zijn sprong kan sturen. Ook kan hij goed zwemmen.

 eekhoorntjeeekhoorn in de sneeuw

 

 

 

 

 

  

 

 

De eekhoorn is voornamelijk na zonsopgang en voor zonsondergang actief. 's Winters laat hij zich alleen 's ochtends zien.
De eekhoorn houdt geen winterslaap. In plaats daarvan houdt hij zich bij gure dagen in zijn nest verborgen, en bezoekt hij op betere dagen 's ochtends zijn wintervoorraad.


Lente: Een paar impressies

De Sint-Jacobsvlinder is een dagactieve nachtvlinder uit de familie van de Uilen. Hij komt vooral op zandgrond voor en is dan ook vaak aan te treffen in de duinen. In het voorjaar is te zien dat de rupsen, die zeebrarupsen worden genoemd, zich te goed doen aan het Jacobskruiskruid. Van de planten blijven soms maar een paar staakjes over.
Zeebrarupsen op Jacobskruiskruid

JacobsvlinderJacobsvlinder

 

 

 

 

 

 

 
De giftige bestanddelen van het Jacobskruiskruid die de rups met zijn maaltijd binnenkrijgt, slaat hij op in zijn huid. De rups wordt daardoor niet opgegeten en is zo dus beschermd. Na het vervellen is hij het gif kwijt. Vanaf april is de vlinder te zien.

Hieronder nog een paar lente-impressies:

Rugstreeppadje in de kikkervallei van Meijendel

man kneu

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 Zomer: een rennende grote beerrups


De grote beervlinder of grote beer (Arctia caja) is een dagactieve nachtvlinder uit de familie van de Uilen. De naam van de vlinder verwijst naar het uiterlijk van de rups. Die is namelijk sterk behaard met een vacht als van een beer. De haren veroorzaken (gelukkig) vrijwel nooit huidirritaties. De soort overwintert als jonge rups. In het voorjaar zie je de sterk behaarde rupsen zonnend of foeragerend; als ze volgroeid zijn, vallen ze vaak op als ze met een opvallend grote snelheid een weg of pad oversteken, op zoek naar een plaats om zich te verpoppen. De verpopping vindt plaats in een los, met haren vermengd spinsel tussen de planten op of vlak boven de grond.

Grote beerrups

Grote beervlinder